Waar hang je rookmelders in huis en hoe vaak test je ze?
Rookmelders hangen het beste in de gang of hal van elke verdieping, binnen gehoorafstand van de slaapkamers. In een huis met een trap naar zolder betekent dat minimaal één melder beneden, één op de begane grond bij de slaapkamers en één op zolder. In de slaapkamer zelf hangt u er een als er een deur tussen de kamer en de gang zit die 's nachts dicht is.
Niet in de keuken: kookdamp geeft valse meldingen en dan haalt u het batterijtje eruit. Niet in de badkamer: stoom doet hetzelfde. Houd 30 centimeter afstand van muren en hoeken, want daar staat de lucht stil en bereikt rook de sensor later. Aan het plafond, in het midden van de kamer, werkt het snelst.
Testen doet u één keer per maand, met de testknop, terwijl u erbij staat. Een melder die niet reageert, vervangt u direct. De batterij vervangt u elk jaar, ook als hij het nog doet; kies een vaste datum, bijvoorbeeld wanneer u de klok verzet. Na tien jaar gaat het hele toestel weg. De sensor veroudert en reageert trager, ook al klinkt het piepje nog.
Stof zuigt u twee keer per jaar weg met de borstel van de stofzuiger. Verf, plakband of een hoesje over de melder maakt hem onbruikbaar. In oudere huizen met houten plafonds en coquina muren kan een melder op batterijen praktischer zijn dan bedrading door de muur. Wie meer wil lezen over hoe brandveiligheid in een gewone woning samenhangt met seizoen en buurt, vindt bij brandveiligheid in huis achtergrond bij alarmen, evacuatie en blusregels.
Hoe maak je een vluchtplan dat ook 's nachts werkt?
Een vluchtplan begint met twee uitgangen per kamer: de deur en, als het kan, een raam. Teken de plattegrond van uw woning, zet daarop elke rookmelder en teken met een stift twee routes naar buiten. Hang het blad op de koelkast of in de gang, op ooghoogte.
Spreek buiten één vaste verzamelplek af: de hoek van de straat, de oprit van de buren, de grote boom. Iedereen gaat daarheen, ook de kinderen. Niemand gaat terug naar binnen voor een huisdier, een telefoon of een tas. De brandweer zoekt niet in een brandend huis naar mensen die al buiten staan.
Oefen het plan twee keer per jaar, en minstens één keer in het donker. 's Nachts werkt een plan anders: u ziet minder, u hoort de melder door een dichte deur soms niet, en kinderen worden niet wakker van het geluid. Loop de route met de lichten uit, voel met uw handen langs de deur en de muur, en tel de stappen naar de uitgang.
Doe de deur van de slaapkamer dicht voordat u gaat slapen. Een dichte deur houdt rook en hitte tientallen minuten tegen. Voelt u de deur warm aan de bovenkant, dan blijft u binnen en gaat u via het raam naar buiten. Belt u daarna 112 vanaf de verzamelplek, niet vanuit het huis.
Leer kinderen dat ze de melder horen en wat ze dan doen: uit bed, naar de gang, naar buiten, naar de afgesproken plek. Laat ze niet zelf op zoek gaan naar een volwassene. Wie een ouder familielid in huis heeft dat slecht hoort of moeilijk loopt, legt voor die persoon een eigen route vast en oefent die apart.
Wat doe je in de eerste dertig seconden bij een brandende pan?
Een pan met brandende olie blust u niet met water. Water zakt naar de bodem, verandert in stoom en gooit de brandende olie omhoog, de kamer in. Dat is de belangrijkste regel.
Wat u doet: pak een deksel of een bakplaat, schuif die van opzij over de pan, zet de warmtebron uit en laat de pan staan. Het deksel houdt de zuurstof weg en het vuur dooft. Laat het deksel er minstens een kwartier op, anders slaat de brand terug. Zet de afzuigkap uit als dat veilig kan, want vet in het filter kan vlam vatten.
Verlaat de keuken niet met een pan die nog nasmeult. Zet hem niet in de gootsteen en niet op het aanrecht. Raak de pan niet aan met blote handen; het handvat is heet.
Als het vuur niet binnen enkele seconden uitgaat, of als het de afzuigkap of de kastjes bereikt, gaat u naar buiten en belt u 112. Sluit de deur van de keuken achter u. Een klein keukenvuur wordt in een minuut een kamerbrand, en rook is dan het grootste gevaar.
Houd een deksel en een bakplaat binnen handbereik naast het fornuis. Een blusdeken werkt voor een beginnend vuur op het aanrecht, maar niet voor een pan met hete olie. Een poederblusser in de keuken is bruikbaar, maar maakt veel rommel en is lastig te hanteren in een kleine ruimte.
Hoe houdt u de melders en het plan samen bij?
Zet een vaste gewoonte op: de eerste van de maand test u de melders, in dezelfde ronde vervangt u de batterijen waar dat nodig is en kijkt u of de plattegrond nog klopt. Verhuist er iemand, dan past u het plan aan en oefent u opnieuw.
Schrijf op de plattegrond ook de verzamelplek en het nummer 112. Leer kinderen dat ze 112 mogen bellen als er echt brand is, ook als er geen volwassene bij is. Leg uit dat de melder geen kwaad doet en dat ze niet moeten wachten tot ze iemand zien.
In een huurwoning vraagt u de verhuurder om werkende melders op elke verdieping. Dat is geen gunst, dat hoort bij een veilige woning. Werkt een melder niet, meld het schriftelijk en houd een kopie.
Wat verandert er per seizoen in een gewone woning?
In de zomer en het stormseizoen staan er vaker generatoren en kaarsen in huis. Een generator hoort buiten, minstens vijf meter van ramen, deuren en luchtinlaten, nooit in de garage of de schuur. Koolmonoxide is reukloos en de melder daarvoor hangt in de gang bij de slaapkamers, niet in de buurt van de generator zelf.
Kaarsen zet u op een stevige, onbrandbare ondergrond, uit de buurt van gordijnen en papier. Bij stroomuitval is een zaklamp veiliger dan een kaars. Laat een brandende kaars nooit achter in een kamer waar iemand in slaap kan vallen.
In het najaar en de winter brandt de verwarming vaker en staan er meer spullen bij de verwarming of de schoorsteen. Houd een meter vrij rond elk toestel dat warmte geeft. Laat de schoorsteen één keer per jaar controleren als u een open haard of houtkachel gebruikt.
Buiten branden van tuinafval mag niet overal en niet altijd. Vraag eerst na bij de gemeente of de brandweer welke regels gelden, welke periode open is en of u een vergunning nodig hebt. Een vat met een deksel, een tuinslang in de buurt en een volwassene erbij zijn het minimum.
Wat levert een half uur oefenen op?
Een half uur per half jaar, met de lichten uit en de deuren dicht, maakt het verschil tussen zoeken en weglopen. U hoeft geen materiaal te kopen en geen verbouwing te plannen. Test de melders, hang ze op de juiste plek, teken twee routes en spreek één verzamelplek af. Meer is het niet.
Wie in een oud huis woont met houten vloeren, smalle gangen en een zolder, doet er goed aan de route naar buiten één keer per jaar hardop te lopen met iedereen die in huis woont. Zo weet u zeker dat het plan klopt op het moment dat het donker is en de melder gaat.



