Hoe herkent u waaiervormige en veervormige bladen?
Het verschil zit in de bladvoet. Bij een waaiervormig blad lopen de bladstralen vanuit één punt aan het einde van de steel uiteen, als een open hand. Washingtonia, Trachycarpus en Chamaerops horen bij deze groep. U ziet vaak dode bladresten langs de stam, wat bij Trachycarpus een vezelige rok geeft en bij Washingtonia een dichte baard.
Bij een veervormig blad loopt er een middennerf door het blad, met aan beide zijden rijen deelblaadjes. Phoenix valt hieronder. De deelblaadjes staan stijf en scherp, en de onderste kunnen tot doorns vergroeien. Aan de voet van de steel zitten bij Phoenix vaak lange, naar achteren gerichte stekels.
Kijk ook naar de stam. Een jonge Trachycarpus heeft een ruwe, vezelige stam zonder duidelijke ringen. Washingtonia heeft een slanke stam met duidelijke bladlittekens. Chamaerops groeit vaak in pollen, met meerdere stammen uit één voet. Phoenix vormt één stam met een duidelijke bladkroon en een brede basis.
Voor wie de soorten rond de Turkse zuidkust wil nalopen, is er een Turkse gids over palmsoorten die per geslacht tronk en bladsteel beschrijft. Zulke kenmerken helpen ook in een Nederlandse tuin, want dezelfde soorten staan hier in pot en in de volle grond.
Op welke diepte plant u een palm?
De regel is eenvoudig: de bovenkant van de kluit komt gelijk met het maaiveld. Bij een palm in pot betekent dat de grond in de pot gelijk met de tuingrond, niet eronder. Zet de plant dus niet dieper dan hij stond, ook al lijkt een diepere kuil steviger.
Palmen hebben een wortelstelsel dat dicht onder het oppervlak blijft en breed uitwaaiert. Dieper planten geeft te weinig zuurstof bij de wortels en het hart kan nat blijven. Graaf een kuil die twee keer zo breed is als de kluit en ongeveer even diep. Meng de uitgegraven grond met grof zand of fijn grind als de bodem zwaar is.
Zet de palm recht, vul in lagen aan en druk voorzichtig aan. Geef direct na het planten ruim water, zodat de grond tegen de kluit sluit. Bij een waaiervormige soort met vezelige stam mag de basis van de stam net boven de grond blijven.
In een pot kiest u een container met een doorsnede van minstens twee keer de kluit en met gaten in de bodem. Een te kleine pot droogt te snel uit en houdt weinig reserve voor warme dagen.
Hoeveel water heeft een palm nodig?
In het groeiseizoen, ruwweg van april tot september, geeft u water zodra de bovenste twee tot drie centimeter grond droog aanvoelt. In de volle grond is dat bij warm weer vaak twee keer per week, in een pot soms dagelijks. Geef liever één keer flink dan elke dag een scheutje, want het water moet de kluit bereiken.
In de winter gaat de vraag omlaag. Buiten blijft regen meestal genoeg, maar een palm onder een afdak of in een pot heeft weinig nodig. Te veel water in koude grond is een groter risico dan droogte, omdat de wortels dan wegrotten.
Een teken van te weinig water zijn bladeren die vanaf de punt bruin worden en naar binnen krullen. Geel blad aan de oudste, onderste bladeren wijst eerder op een tekort aan voeding of op een natuurlijke afstoting. Kijk altijd naar de leeftijd van het blad: oud blad onderaan vertelt iets anders dan jong blad in het hart.
Geef in de zomer bij voorkeur in de ochtend, zodat het blad voor de avond opdroogt. Nat blad in een koele nacht vraagt om schimmel.
Welke palm kan de winter buiten doorstaan?
Trachycarpus fortunei verdraagt kortstondige vorst tot ongeveer min twaalf graden, mits de grond niet langdurig bevroren blijft. Chamaerops humilis zit rond min acht tot min tien graden. Washingtonia en Phoenix vragen meer warmte en houden in Nederland alleen stand op een beschutte plek of in een pot die naar binnen gaat.
De duur van de vorst telt zwaarder dan de laagste temperatuur. Een nacht van min tien zonder dooi is voor veel palmen zwaarder dan een week met lichte nachtvorst en dooi overdag. Dek de kluit af met een laag blad of stro, en zet een beschutting tegen de overheersende windrichting.
Het hart is het kwetsbaarste deel. Bind de bladeren in het najaar omhoog en wikkel vliesdoek om de kroon, zonder de opening bovenin helemaal dicht te maken. Zo blijft vocht weg en kan er toch lucht bij. Haal de bescherming in maart weg zodra de nachten boven nul blijven.
In een pot is de kluit veel gevoeliger voor vorst dan in de volle grond. Zet de pot op een beschutte plek tegen een muur, op een voetstuk tegen optrekkend vocht, of haal hem naar een vorstvrije ruimte met licht.
Wat vraagt een palm in pot binnen?
Binnen krijgt een palm te weinig licht en te weinig luchtvochtigheid, zeker in de winter. Zet hem op de lichtste plek bij een raam op het zuiden of westen, en draai de pot elke twee weken een kwartslag zodat alle bladeren licht krijgen.
Water geven gaat binnen voorzichtig: laat de bovenste centimeters opdrogen en giet nooit water in de sierpot zonder afvoer. Een laag kleikorrels onderin helpt, maar vervangt geen afvoergat. In de verwarmde kamer is de lucht droog; besproeien helpt kort, een groep planten bij elkaar houdt de luchtvochtigheid beter vast.
Voeding geeft u alleen in het groeiseizoen, ongeveer eens per maand met een meststof voor kuipplanten. Stop in oktober. Geel blad in de winter is meestal een teken van te weinig licht, niet van honger.
Controleer bij het naar binnen halen de bladoksels en de onderkant van het blad op beestjes. Een palm die buiten stond, neemt makkelijk iets mee naar binnen.
Waar let u op bij snoeien en verzorging?
Snoei alleen dode bladeren, en pas als ze helemaal bruin en droog zijn. Knip ze met een scherpe schaar dicht bij de stam, maar laat het hart met rust. Bij een waaiervormige soort met vezelige stam kunt u de oude bladresten laten zitten; ze beschermen de stam tegen vorst en zon.
Snijd nooit in het groeipunt. Beschadiging daar betekent het einde van de palm, want nieuwe bladeren komen alleen uit dat punt. Bij Phoenix verwijdert u de scherpe deelblaadjes aan de voet van de steel voorzichtig, met handschoenen.
Voeding in het voorjaar en de vroege zomer houdt het blad groen. Gebruik een meststof met magnesium, want een tekort uit zich in geel blad aan de oudere bladeren terwijl de nerven groen blijven. Strooi rond de kluit, niet tegen de stam, en geef daarna water.
In het najaar ruimt u gevallen blad en vruchten op. Rottend materiaal tegen de stam houdt vocht vast en trekt slakken en andere beestjes aan. Een schone voet is de eenvoudigste winterbescherming die er is.



